DE ZELFEVALUATIES BRP EN PNIK 2015

Gemeenten zijn druk met de beantwoording van de vragenlijsten Zelfevaluatie BRP en PNIK.

InformatiebeveiligingUiterlijk 1 oktober moeten de vragenlijsten definitief gemaakt worden om de cyclus weer in februari 2016 te kunnen afronden.

Ik heb mij verdiept in de vragenlijsten voor dit jaar en wat mij daarbij opvalt is dat fraude bestrijding veel aandacht krijgt! In overleg met het project Naar Betrouwbare Persoonsgegevens (NBP) zijn de vragen over de brondocumenten bijvoorbeeld aangescherpt en aangevuld.

Ook zijn in het kader van de fraudebestrijding en het project NBP een aantal ‘open’ vragen toegevoegd. Deze vragen zijn niet alleen bedoeld om gemeenten inzicht te geven,  maar vooral om meer duiding te geven aan de antwoorden op de andere vragen.

De toegevoegde vragen hebben nu nog geen gevolgen voor de puntentelling en daarmee het resultaat van een gemeente. Ik verwacht echter dat dit in de toekomst gaat veranderen.

Een andere wijziging is dat de vragenlijsten een hoofdstukkenstructuur gekregen hebben. Ze zijn niet meer per thema, maar per vakdiscipline  ingedeeld. Ze sluiten daarmee beter aan op de Baseline Informatieveiligheid Gemeenten (de BIG). Hierdoor wordt het voor gemeenten makkelijker om vragen, die over bv. personele zaken  gaan, te laten beantwoorden door de verantwoordelijke afdeling.

Wat ook opvalt is dat van de 585 normen waaraan voldaan moet worden er 388 hun grondslag vinden in de Baseline Informatieveiligheid Gemeenten. Er kan dus zonder meer gesteld worden dat de BIG net zo’n belangrijkere rol speelt als de Wet Brp, de Paspoortwet en de onderliggende regelingen en circulaires.

Dat fraudebestrijding een belangrijke rol speelt blijkt uit het feit dat 46 van de BRP-normen te maken hebben met fraudebestrijding en het toezicht op de naleving.

Ook de PNIK vragenlijst heeft aandacht voor fraudebestrijding. De vragen van het aanvraagproces van reisdocumenten zijn er bijvoorbeeld op gericht zijn om inzicht te krijgen hoe gemeenten identiteitsfraude  bestrijden. Wat verder opvalt is dat de minister veel belangstelling heeft voor de wijze waarop gemeenten omgaan met valsheid in geschrifte.

Bij de circulaires valt op dat de beleidsregels "bestuurlijke boete" en "briefadres" tot normen voor de procedure bijhouding BRP verheven zijn. Zo ook het door de NVVB vernieuwde adresonderzoeksprotocol 2014 en de circulaire BRP en woonfraude.

Al met al kan dus met recht gesteld worden dat de minister zich aan zijn woord houdt en dat hij werk maakt van de fraudebestrijding. De vraag blijft of gemeenten spontaan deze uitdaging oppakken

No Comments Yet.

Leave a comment

You must be Logged in to post a comment.